donderdag 2 april 2009

“Gouden” pilletjes? Om ziek van te worden!


Vorige week zaten de experts en politieke afgevaardigden van de Europese Unie en de CAN (Comunidad Andina de Naciones) bijeen in Lima om te onderhandelen over het zogenaamde associatie-akkoord EU-CAN. Eén van de meest delicate punten op de agenda is het hele hoofdstuk rond de bescherming van intellectuele eigendomsrechten (de zgn. TRIPS) en de gevolgen daarvan op de toegankelijkheid van medicijnen en het kostenplaatje van een gezondheidsbeleid in de Andes-landen (en overal ter wereld trouwens…). Tegelijkertijd zaten het fos Andes gezondheidsteam en enkele experten van de civiele maatschappij rond datzelfde thema bijeen in een technische workshop in het kader van een Internationaal Congres rond medicijnen in Quito- Ecuador. Een ideaal moment dus om eens de problematiek rond toegang tot (generische) medicijnen uit de doeken te doen in deze blog.

Eigendomsrechten of “patenten” beschermen de rechten van de auteur of uitvinder van bepaalde produkten of artikelen. Daar is op zich niets mis mee. Het probleem is echter dat de farmaceutische industrie de patenten en de zgn. “proefperiodes” misbruiken om de prijs van een medicijn kunstmatig hoog te houden en jarenlang woekerwinsten te maken. Woekerwinsten die ten goede komen van een handjevol excutives en accionisten en ten koste zijn van het overgrote deel van de wereldbevolking. Het ergste is dat de farmaceutische “maffia” zo sterk en machtig is, dat die ook in staat is het politiek (handels-)beleid van heel wat landen en regionale blokken te beïnvloeden. Spijtig genoeg is het winstbejag van de farmaceutische sector ook in de Europese Unie sterker dan het recht op gezondheid van miljoenen mensen.

Latijns-America en de Carraïben zijn goed voor 10% van de wereldmarkt in medicijnen en de grootste markt voor geneesmiddelen concentreert zich hier in 3 landen: Brazilië, México en Argentinië. Gemiddeld wordt er in de regio jaarlijks - per persoon - 40 USD uitgeven aan medicijnen. Niet zoveel dus in vergelijking met Europa en de VS. Maar let op: 2/3 van die kosten worden hier direct gedragen door de gezinnen (dus niet door de Staat of door een ziekteverzekering)! Het aandeel van de farmaceutische markt in het latino-continent is alles bij elkaar genomen niet zo heel hoog en alles lijkt er op te wijzen dat de EU de belangen van zijn farmaco-industrie in de regio wil veilig stellen naar de toekomst toe.

In concreto eist de EU in zijn onderhandelingen met de CAN een drastische verlenging en uitbreiding van de eigendomsrechten op zgn. “innovatieve” medicijnen (die dat in de praktijk niet eens zijn!). Dit betekent dat de overheden en de mensen in de Andes veel later en moeilijker toegang zouden hebben tot de veel goedkopere generische medicijnen. Zolang een medicijn gepatenteerd is, geldt een exclusiviteit van het bedrijf op de produktie, commercialisatie en prijsbepaling. Eenmaal het patent verstreken, kunnen andere bedrijven een gelijkaardig medicijn vrij aanmaken en op de markt brengen, via een vrije en meer reële prijsbepaling. Want in de praktijk houden de bedrijven die het eigendomsrecht hebben op een “nieuw” (gepatenteerd) medicijn, de prijs van dit geneesmiddel kunstmatig hoog. Daardoor kost een gepatenteerd geneesmiddel soms tot 300 maal zoveel als hezelfde generisch medicijn! Maar het weze dus duidelijk: enkel generische geneesmiddelen werken volgens het principe van de “echte vrije markt”; eigendoms-patenten kaderen in een economisch proteccionisme – van je reinste soort - in het voordeel van de industrie!

In ieder geval, wat hier op de onderhandelingstafel ligt is het recht op een betaalbare gezondheid voor miljoenen mensen in de Andes. Financieël kan dit uitgedrukt worden in miljarden Euro´s - meer óf minder - die de plaatselijke overheden en families zullen moeten ophoesten om toegang te krijgen tot geneesmiddelen in de komende decenia. In Perú alleen, zou het – volgens Acción Internacional para la Salud - jaarlijks om 386 miljoen USD meer of minder gaan.

Tot nu toe houden de Andijnse onderhandelaars het been stijf en houden vol dat gezondheid geen handelswaar is en dat de EU niet met twee maten en gewichten mag meten. De EU eist namelijk van de armere Andeslanden een patenten-beleid dat veel stricter is dan het eigen EU-beleid op dat vlak. In ieder geval, het weze duidelijk: de EU verdedigt hier de belangen van de Europese industrie boven de belangen van de plaatselijke geneesmiddelen-industrie én boven de (economische en gezondheids-) rechten van de Andijnse burger. De coherentie van dit door de EU vooropgestelde handelsakkoord met het zgn. ontwikkelings- en politiek akkoord dat spreekt van democratie, sociale cohesie en inclusie is dan ook HEEL ver te zoeken. De onderhandelaars kregen van het EU-parlement het mandaat om een handelsakkoord voor te stellen en te negociëren met de CAN dat meer sociale cohesie zou bewerkstellingen en het recht op toegang tot essentiële diensten – zoals gezondheid – zou respecteren. Waarom houden ze zich niet aan dit mandaat???

Wat kunnen we in België daaraan doen? Ik doe een warme en strijdvaardige oproep aan alle mensen van de socialistische beweging en aan iedereen die streeft naar meer “menselijke” ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid wereldwijd. Appeleer jullie politieke vertegenwoordigers rond deze zaak! De EU-onderhandelaars moeten tot de orde geroepen worden. Er moet een noodsignaal gestuurd worden naar het Europese en Belgische Parlament. De eigenwaarde en het zelfrespect van de Europese Unie staat op het spel. Promoten we gezondheid en sociale rechtvaardigheid voor iedereen of enkel voor onszelf? Wat is belangrijker: het zakkenvullen van een “Tobby-clubje” verbonden met de farmaceutische industrie of het feit dat mensen sterven aan volstrekt behandelbare ziekten?

vrijdag 20 maart 2009

BASTA YA!!! (Genoeg is genoeg!)


Tijdens het eerste semester van 2008, werden er in Perú 46.557 aanklachten van familiaal geweld ingediend bij de politie. In 88.8% van de gevallen was het slachtoffer een vrouw. Dat wil dus zeggen dat in Peru elk uur ongeveer 10 vrouwen slachtoffer zijn van familiaal geweld. Van de ongeveer 15.000 gevallen per jaar van fysiek geweld die gemeld worden bij de “Vrouwen-Noodcentra” in Peru, is de aanvaller in 98.6% van de gevallen een rechtstreeks familielid (echtgenoot, partner, vader, stiefvader/moeder, grootvader, enz.). De aanklachten rond psychologisch geweld zijn nog talrijker en in 61.9% van die gevallen is de “agresor” de echtgenoot, inwonende partner of de ex- partner.

Dit zijn shockerende maar “koude” cijfers. In de realiteit echter, is het warm bloed dat gezichten doet opzwellen, dat via bloeduitstortingen “blauwe plekken” tekent in de huid, dat klopt en pijn doet in kneuzingen en builen. Zoals eergisteren bij Alexandra. De vrouw die momenteel onze “Casa Belga” of de kantoren van 4 belgische ngo´s proper houdt. We troffen haar ´s morgens huilend aan, gekneusd en gekwetst, en met een grote fysieke en emotionele pijn. Het is niet de eerste keer dat we via het vrouwelijk personeel met dergelijke pijnlijke situaties geconfronteerd worden. Alexandra is moedig geweest en heeft – op ons aansporen – klacht ingediend bij de politie. Haar echtgenoot, die na de middag zijn berouw bij haar kwam uiten, kreeg een flink sermoen en uitbrander die hem hopelijk even bijblijven. Dit kan niet, in "ons huis"!

Deze maand was het de internationale dag van de vrouw. Geen feestdag dus om de vrouwen in de bloemetjes te zetten. Maar een dag die ons moet herinneren aan de noodzaak en rechtvaardigheid van onze strijd.

“Eens komt er een dag dat we geen Internationale Vrouwendag meer zullen nodig hebben, noch vrouwenministeries of vrouwendepartementen of gendermainstreaming of straatmanifestaties of feministen, omdat “gelijkheid voor de wet” en gelijkwaardigheid een realiteit zullen zijn. De speciale wetten, beleidsmaatregelen, structuren, genderexperten zullen allemaal geschiedenis zijn. Want wij vrouwen zullen niet meer 30% minder verdienen dan onze mannelijke collega´s, niet meer ontslaan worden omdat we zwanger zijn, niet meer als feministische heksen gebrandmerkt worden omdat we ijveren voor sociale rechtvaardigheid, ook voor vrouwen! Bedrijven zullen zich realiseren dat kinderen, hun opvoeding, onze gezondheid en de zorg voor anderen en onze planeet, sociale gemeengoederen zijn, niet enkel afhankelijk van het werk en de zorg van moeders en vrouwen, maar ook van vaders en mannen. Wij vrouwen zullen niet meer met misplaatste trots zeggen dat “onze partners ons helpen in het huishouden” omdat het de normaalste zaak van de wereld zal zijn dat ons huishouden en alles wat daar rond hangt een verantwoordelijkheid van de twee is, net als onze economische en politieke inbreng in onze leefgemeenschappen. We zullen geen slachtoffer meer zijn van psychologisch, fysiek en sexueel geweld. We zullen het niet meer aanvaarden dat anderen ons lichaam, sexualiteit, intellect, bewegingsvrijheid en wensen controleren. We zullen STOP zeggen aan elke vorm van manipulatie en mishandeling. Iedereen zal verstaan dat ons “NEEN” een “NEEN” is en ons “JA” een “JA”, zonder dat we daarvoor als hoer, lesbienne, feministe of man-mens zullen uitgescholden worden” (Zeer vrij vertaald en samengevat naar een tekst van Ivannia Salazar Saboría).

Het zal niet meer nodig zijn dat we een collega, vriendin of buurvrouw moeten opvangen, troosten, moed inspreken, helpen zichzelf te verdedigen en samen woedend te worden omdat haar man of partner “door het lint” ging, zijn zinnen verloor en haar in elkaar sloeg. Vrouwen én mannen zullen dan vrijer zijn, vrij van een nefast patriarchaal systeem van onderdrukking, uitbuiting, slavernij en geweld. En tot zolang zullen we 8 maart markeren op onze agenda om onze droom levend te houden, in strijdvaardige woorden en daden.

dinsdag 24 februari 2009

De “bon voor een menswaardige ontwikkeling” in Ecuador


Ecuador was –samen met Mexico- één van de eerste landen in de latijnsamerikaanse regio om een nieuw armoedebestrijdingsprogramma op te starten dat er in bestaat een maandelijkse som geld over te maken aan de armste families in het land. Het programma heeft al heel wat transformaties en aanpassingen meegemaakt. De “Bono de Desarrollo Humano” – zoals President Correa het programma herdoopte – bezorgde in 2008 maandelijks 30 USD aan meer dan 1 miljoen personen. In het voorbije jaar verdubbelde niet alleen de bijdrage (voorheen 15 USD) maar steeg de groep begunstigden ook met 18%. Diegenen die recht hebben op deze monetaire bijdrage, halen maandelijks hun 30 USD af in één van de 653 betaalpunten, verspreid over het land. Voorwaarde is wel dat de begunstigden hun medeverantwoordelijkheid opnemen: ze moeten hun kinderen tot 18 jaar naar school sturen en de jongsten (0 tot 5) op regelmatige tijdstippen laten inenten en onderzoeken in het medisch centrum.

Eugenia is één van de begunstigden van deze “Bon” die toebedeeld wordt door het Ecuatoriaanse Ministerie van Economische en Sociale Inclusie. Ze werkt ook als straatverkoopster in Quito want met de 30 USD die ze maandelijks van de regering krijgt, komt ze niet toe. Niettemin is ze heel blij dat ze kan rekenen op dit vaste “minimum-inkomen” want haar mobiele verkoopspost op straat brengt haar dagelijks tussen de 3 en 5 USD op, waarmee ze het eten voor haar gezin koopt. Eugenia is 43 en woont sinds meer dan 30 jaar in Quito, toen ze hier als jong meisje kwam werken als huishoudhulpje. Alhoewel Eugenia tot haar 11 jaar naar school ging, kan ze nauwelijks lezen en enkel haar naam schrijven. Ze is functioneel analfabeet.

Eugenia houdt de school- en medische certificaten van haar kinderen zorgvuldig bij want ze weet dat die op gelijk welk moment kunnen opgevraagd worden. Ze beoordeelt het feit dat de overheid haar verplicht –als tegenprestatie voor de 30 USD – haar schoolgaande kinderen naar school te sturen en haar jongste van 4 regelmatig naar de dokter, een goede zaak alhoewel ze zegt dat het niet nodig is dit als een verplichting op te leggen. “Als moeder wil ik niets liever voor mijn kinderen. Alleen hadden we vroeger die optie niet; minstens één van mijn oudere kinderen moest werken opdat we als gezin zouden kunnen overleven. Die 30 USD maakt nu een verschil. Ook als ze het niet zouden verplichten zou ik mijn kinderen naar school sturen”.

Net als de andere begunstigen van de Bono de Desarrollo Humano, had Eugenia ook het recht op een aansluiting bij het Programa de Aseguramiento en Salud (PAS), de niet-contributieve gezondheidsverzekering die gesubsidiëerd wordt door de Staat. Maar niemand had haar daar ooit over geïnformeerd en Eugenia had geen idee wat dat eigenlijk allemaal inhield of op welke gezondheidsdiensten ze al dan niet recht had. Tot ze zelf ziek werd en haar buurvrouw haar erover vertelde. Toen ze echter naar de gezondheidspost ging, was de wachtlijn zo lang dat ze na een hele dag wachten nog niet behandeld werd. De volgende dag had ze de moed niet om terug te gaan en behandelde ze zichzelf met kruiden en een middeltje dat de apotheker om de hoek haar van de hand had gedaan. Via diezelfde buurvrouw kwam ze te weten dat een organisatie die Mujeres por la Vida (Vrouwen voor het Leven) heet, regelmatig buurt-bijeenkomsten organiseerde waar vrouwen zoals zij een heleboel praktische informatie kregen en ook hun mening konden geven over de Bono, de PAS en andere zaken die hen direct aanbelangen. Eugenia nam reeds 3 keer deel aan een bijeenkomst waar soms meer dan 300 vrouwen aanwezig zijn. De eerste keren luisterde ze vooral maar de laatste bijeenkomst vertelde ze ook over haar eigen ervaringen binnen de PAS-verzekering en hoe die zou kunnen verbeteren.
Als fos ondersteunen we sinds 2008 dit project rond sociale organisatie en burgerparticipatie rond gezondheid. Het project wordt gefinancieerd en uitgevoerd via het bredere netwerk ForoUrbano Quito maar Mujeres por la Vida is de sociale basisorganisatie die er in de praktijk echt zijn schouders onder gezet heeft.

maandag 2 februari 2009

Over stress, relativiteitszin en tijdsbesef in deze “verslagen-tijd”


Het is “verslagen-tijd” voor de fos-partners en het fos-kantoor in Peru: we zijn volop bezig met de financiële afrekening en narratieve verslaggeving van het jaar 2008, zowel naar de belgische als naar de peruaanse overheid en belastingsdienst toe. Voor mij, als landenverantwoordelijke, is dat altijd wel een beetje stressen omdat het steeds moeilijk is de vooropgestelde deadlines te behalen, wegens “te voorziene” factoren en ook onvoorziene gebeurtenissen. Onder de “te voorziene factoren”, reken ik het peruviaanse tijdsbesef dat veel minder strikt is dan ons belgische uurwerk- en kalenderdenken. Hier is het de gewoonte “alles-op-het-laatste-moment” te doen en dat resulteert dikwijls in “te laat” omdat er op het laatste moment nogal regelmatig iets onvoorziens gebeurt waardoor de deadline dan niet gehaald wordt. Ondertussen is 31 januari, dag dat de partnerorganisaties hun financiële en narratieve verslagen moesten bezorgen aan fos, dit weekend verstreken en van de 4 verslagen die ikzelf moet binnenkrijgen, heb ik er er slechts eentje op mijn bureau liggen.

Verder was 31 januari ook een deadline voor fos om het institutioneel verslag 2008 en de planning 2009 door te sturen naar de Peruviaanse Dienst voor Internationale Samenwerking (APCI). Daartoe zijn we per wet verplicht en als we deze verantwoordelijkheid of deze deadline niet nakomen, kan ons dat in principe onze institutionele werk- en verblijfsvergunning (als fos) in dit land kosten. Aan deze jaarlijkse formaliteit hebben we de voorbije week dus ferm gewerkt. Te voorzien was dat APCI – zoals elk jaar sinds ik hier landencoördinatrice ben – zijn verslaggevingsformaat weer eens zou veranderen en aanpassen op het laatste moment (begin januari). Onvoorzien was echter dat dit on-line verslaggevingssysteem op vrijdag 30 januari nog steeds niet goed zou functioneren, ondanks het feit dat verschillende organisaties - waaronder ook fos - APCI al herhaaldelijke keren hadden gewezen op de problemen met de vraag om hun systeem definitief op punt te zetten zodat hun deadline gerespecteerd zou kunnen worden. Maar nee, het systeem verloor steeds opnieuw grote stukken informatie die we reeds herhaaldelijke keren hadden ingetikt. Dagen werk voor niets dus. De vereniging van buitenlandse ngo´s in Peru had ook reeds rond 20 januari een schrijven gericht aan APCI om dit software-probleem te melden en te vragen om de deadline te verschuiven maar APCI gaf geen teken van leven. Uiteindelijk werd ons pas vrijdagmiddag 31 januari officiëel gemeld dat we 4 weken uitstel krijgen! Het is op zijn minst gezegd nogal “frustrerend” als je als ngo afhangt van een bureaucratie die zelf uiterst inefficiënt maar wel enorm controlerend is en straffend zijn vingertjes opsteekt naar organisaties die niet voldoende in de pas lopen, onder het argument dat ze niet efficiënt en transparent genoeg zouden zijn. De pot verwijt de ketel…

Tenslotte werden we hier vorige week met een zeer menselijke onvoorziene gebeurtenis geconfronteerd als fos-ploeg in Lima: de echtgenote van onze collega Alejandro stierf donderdag – heel plots en veel sneller dan verwacht – aan de gevolgen van kanker. Voor Alejandro en zijn kinderen is het een grote klap en als naaste collega´s leef je dergelijke momenten natuurlijk mee. We hebben als fos Lima vorige donderdag en vrijdag even onze deadlines en werkstress tussen haakjes gezet. Alles wordt zo relatief als opeens de cruciale thema´s van leven en dood, liefde, hoop en verdriet komen binnengewandeld. De rouwtijd is kort hier in Peru: na amper twee dagen is de dode al gerouwd en begraven, en de naaste ongeving alweer volop aan het werk. Wat dan weer duidelijk maakt dat het niet-respecteren van deadlines weinig te maken heeft met luiheid of gebrek aan werklust maar eerder met een ander cultureel tijdsbesef. Zou het kunnen dat Peruvianen in het algemeen minder “stressen” dan wij, punctuele Belgen? Of heb ik het verkeerd voor?

maandag 5 januari 2009

Chao 2008! Bienvenido 2009!








Een gelukkig 2009! We zijn weer aan een nieuw jaar begonnen! Vol nieuwe voornemens. Met nieuwe moed en vernieuwde energie. Ook de blog heeft een nieuwe naam, kleedje en web-adres gekregen. Er is sinds deze blog werd gelanceerd heel wat over en weer gepraat binnen fos over het doel, inhoud, vormgeving, kenmerken, enz. van deze en andere mogelijke blogs. De conclusies die daaruit werden getrokken zijn merkbaar in deze blog: een betere en eenvoudigere vormgeving; fos verdwijnt uit de blognaam en deze krijgt een persoonlijker tintje alhoewel het wél een “werkblog” blijft over gezondheid in de Andes en dan voornamelijk in Perú.

De laatste maanden zijn voorbij gevlogen en er was gewoon geen tijd om een artikel te schrijven voor deze blog: de ene “uiterst dringende” taak volgde de andere op. Om het dan natuurlijk nog niet te hebben over de woelige tijden die we meemaken: internationale financiële en economische crisis; corruptieschandalen in Perú; politieke opstanden en separatisme in Bolivia; sociale omwentelingen en niet aflatende verkiezingen en referendums in Ecuador; en een vader- en moederland dat opnieuw zonder regering komt te zitten op het einde van het jaar.

Eind 2008 kwamen Karl en Tim, twee FOS-collega´s uit Brussel, en FOS-collega Susana uit Bolivia, op bezoek in Perú. Daaraan gekoppeld reisde ik met fotografe Chantal een paar dagen naar de Selva Central waar de Junta Nacional del Café, één van onze gezondheidspartners in Peru, een grootscheepse medische hulpactie op touw had gezet, samen met het plaatselijke gezondheidscentrum en een vrijwilligersteam van 40 peruaanse artsen uit Lima (Hospital Arzobispo Loayza). In drie dagen tijd, werden ongeveer 5.000 mensen behandeld, enkele kleine veld-operaties inclusief. Zie de foto´s bovenaan dit artikel. In december ontving FOS Peru ook een delegatie vanuit Bolivia (FGTFB) en Ecuador (ForoUrbano). Sara, María en Angel kwamen in het kader van een workshop die ForoSalud (Peru) had georganiseerd in Lima om ervaringen uit te wisselen rond “burgerschap en sociale controle op de ziekteverzekeringen en gezondheidsdiensten”.

Verder zaten deze laatste maanden van het jaar ook vol met activiteiten die onze partners organiseerden in het kader van de door FOS ondersteunde projecten die sinds dit jaar – voor de eerste keer – in hun uitvoering en afrekening het kalenderjaar moeten respecteren. Dit is een hele omschakeling, zowel voor ons als voor de partners. Het brengt met zich mee dat de periode november-december nu opeens heel druk wordt op het vlak van projectactiviteiten, en de periode januari-februari op vlak van verslaggeving. Deze verandering is ook moeilijk omdat hier in Peru de “grote” zomervakantie zijn intrede doet vanaf 21 december. Vanaf dan tot midden januari ligt alles hier stil; de meeste kantoren zijn gesloten en je vindt de mensen niet achter hun computer of “op het terrein” maar op het strand. De schoolpoorten zijn ook gesloten tot begin maart.

In ieder geval, de feesten zijn ondertussen voorbij. De laatste projectactiviteiten voor 2008 zijn uitgevoerd. De vele “eindejaars-werk-vergaderingen” zijn achter de rug. We zijn plichtsbewust aanwezig geweest op de kerstreunies en eindejaarsrecepties op het werk, in de buurt en op school. En – last but not least - de kinderopvang tijdens de (veel te lange!) drie maanden durende schoolvakantie is min of meer geregeld. Dus, we kunnen er weer tegenaan voor 2009. Mijn goede blog-voornemens zijn om jullie meer en vooral regelmatiger een artikeltje te bezorgen en niet enkel rond Peru maar ook rond Bolivia en Ecuador. Op 2009! SALUD!

maandag 8 december 2008

Ziekteverzekeringen in Bolivia... een inleiding.







Ik schrijf deze keer vanuit de hoogte van La Paz. Op meer dan 4000 m. hoogte is de lucht ijl maar helder en klaar. Samen met Susana, de nieuwe Project Officer voor de gezondheidsprojecten in Bolivia, bezoeken we deze week verschillende organisaties in la Paz. Onze bedoeling is een klaardere kijk te krijgen op de gezondheidsproblematiek in Bolivia. We willen vooral de discussies en voorstellen, die circuleren op nationaal vlak om de toegang tot gezondheid te verbeteren voor het merendeel van de boliviaanse bevolking, beter leren kennen. Verder willen we ook het institutionele plaatje duidelijker krijgen: welke organisaties werken in Bolivia rond sociale zekerheid in gezondheid en welke organisaties zouden interessante FOS-partnerorganisaties kunnen zijn in ons volgende 3-jaarlijkse programma (2011-2013)?

Het gezondheidssysteem in Bolivia is nog meer gefragmenteerd dan dat in Peru. In het begin van de 20e eeuw worden hier – in de schoot van syndicale organisaties – de eerste “mutualiteiten” opgericht: een soort van kleinschalige solidaire hulpkassen binnen het syndicaat die de arbeiders (financieel) te hulp schieten bij ziekte- en begrafeniskosten. Ergens in de jaren ‘50, wordt – in navolging van het europese bismarkiaanse model van sociale zekerheid – dit model geïnstitutionaliseerd: per wet wordt de bijdrage aan de sociale zekerheid (ziekte en pensioenen) verplicht voor alle loonarbeid(st)ers. De financiering van het systeem is oorspronkelijk tripartiet: arbeiders, werkgevers en de Boliviaanse Staat dragen bij. Het contributieve verzekeringssysteem word echter niet gecentraliseerd in één groot en solidair systeem op nationaal vlak: de verschillende “gezondheidskassen”, gelinkt aan verschillende beroeps-syndicaten, blijven afzonderlijk functioneren. In de loop van de daaropvolgende decenia, wordt de wet en het systeem van sociale zekerheid in Bolivia verschillende keren hervormd en gewijzigd. De Staat trekt zich o.a. terug als “subsidiëerder” van het systeem: het systeem wordt nu enkel nog bi-partiet gefinanciëerd door werkgevers en werknemers. De staat draagt dus enkel nog bij in zijn rol als werkgever van openbare ambtenaren. De laatste grote hervorming heeft een duidelijke neo-liberale tint: in de jaren ’80 wordt de sociale zekerheid opgesplitst in het systeem “van korte duur”, dat verwijst naar alles wat te maken heeft met ziekte- en ongevallenverzekering, én een systeem “van lange duur”, dat verwijst naar de pensioenen. Daarbij wordt – vanuit een zeer neo-liberaal standpunt - de werkgever enkel nog verantwoordelijk gesteld voor de ziekte- en ongevallenverzekering. Wat er met de arbeid(st)er gebeurt eens hij/zij oud en niet meer produktief is (m.a.w. wanneer hij/zij op pensioen gaat) is zijn zaak niet meer: de pensioensregeling wordt volledig geïndividualiseerd én geprivatiseerd. Afhankelijk van hoeveel de persoon kan sparen en bijdragen aan de privé-pensioenskas tijdens het actieve beroepsleven, zal die al dan niet geen, een miserable, een klein of een waardig pensioen hebben. Van gelijkwaardigheid en solidariteit is dus geen sprake meer.

Maar terug naar gezondheid. De loonarbeid(st)ers dragen dus maandelijks van hun loon bij aan een gezondheidskas of “Caja”. Afhankelijk van je beroep en je inkomen, draag je bij aan een “rijke” of een “arme” ziekenkas, die natuurlijk ferm verschillen in kwaliteit (en snelheid!) van dienstverlening. De kas van de petroleumsector en van de privé-banken hebben veruit de beste dienstverlening. De “nationale gezondheidskas” is een soort van vuilnisbak-kas waar naast de publieke sector ook de fabrieksarbeiders terechtkomen en verder alle sectoren die gekenmerkt worden door lage lonen (dus lage gezondheidsbijdragen) en precaire werkomstandigheden. De onafhankelijke werknemers kunnen in principe (enkel) terecht bij deze nationale gezondheidskas via een vrijwillige individuele aansluiting en bijdrage maar in de praktijk is de aansluiting van zelfstandigen bijna nihil. In het totaal wordt ongeveer 22% van de bevolking gedekt door één van de ziekenkassen die deel uitmaken van het contributieve sociale zekerheidssysteem.

De meerderheid van de bolivianen zijn dus niet aangesloten, bij geen enkele ziekenkas, omdat ze werken als “niet-loonarbeiders”, zelfstandigen, in de informele sector, in het sociale arbeidscircuit van openbare werkprogramma´s, in de landbouw, of in het (re-)produtieve circuit van niet betaalde arbeid. Het zijn – in het algemeen – net ook deze mensen die behoren tot de armere of “extreem-arme” bevolkingsgroepen. In Bolivia word je als “extreem arm” gecatalogiseerd als je over minder dan 0.7 USD per dag per persoon beschikt. Ongeveer 40% van de boliviaanse bevolking is “extreem arm” en meer dan 30% van de bevolking heeft helemaal geen toegang, noch tot de gezondheidskassen, noch tot het aanbod van publieke posten, centra en hospitalen van het Ministerie van Gezondheid. Deze groep uitgeslotenen kan enkel rekenen op zijn traditionele genezers, vroedvrouwen, “benen-herstellers” (hueseros), medicinale planten, enz. Het Ministerie van Gezondheid dekt met zijn aanbod ook zo een 30% van de bevolking: het gaat overwegend over de arme “middengroep”: momenteel kunnen enkel vrouwen, kinderen en oudere-van-dagen beroep doen op openbare gezondheidsdiensten zonder zelf te moeten betalen. Tenminste op papier want in de praktijk is deze “gratis dienstverlening” niet altijd even gratis: er moet transport betaald worden om aan de gezondheidspost te geraken; bij gebrek aan medicijnen of medische “inputs” (verband, spuitjes,…) in de medische post, moeten die door de patient in de apotheek om de hoek aangekocht worden, enz. Volwassen niet-verzekerde mannen moeten sowieso alle gezondheidskosten uit hun eigen zak betalen.

In een notedop samengevat: het gezondheidssysteem in Bolivia is allesbehalve evenwaardig, efficiënt, solidair of universeel en houdt dus bijgevolg de uitsluiting en miserie in stand. Wat we als FOS in deze context doen? FOS in Bolivia promoot een ziekteverzekering voor de (tijdelijke) landarbeid(st)ers, met een pilootproject dat zich richt op de suikerrietkappers. En verder steunt het de Confederatie van fabrieksarbeiders in zijn poging om de sociale controle op de - door de corruptie verteerde – Caja Nacional de Salud te verhogen. Maar daarover meer in een volgend artikel.




Over corruptieschandelen en de nieuwe Minister


De dokters van de vakbond van MINSA wilden het onstlag van de Minister van Gezondheid Garrida Lecca en - voila zie! – ze hebben hun zin gekregen! Het onslag is er wel niet gekomen onder druk van de gesyndicaliseerde dokters maar door een groot corruptieschandaal. “Nº zoveel” in de rij van Peruaanse corruptieschandalen. En deze keer bleek het serieuze koek te zijn want niet alleen de Minister van Gezondheid moest aftreden, ook de Eerste Minister en 5 andere collega´s (Energie en Mijnen, Landbouw, Binnenlandse Zaken, Sociale Zaken, Produktie) moesten het ontgelden.

Op 5 Oktober ging de bal aan het rollen. Een wekelijks actualiteitenprogramma op TV (“Cuarto Poder”) deed een corruptieschandaal uit de doeken waarbij – volgens afgetapte telefoongesprekken – niet alleen verschillende kopstukken van de regeringspartij (APRA) maar ook de (Ex) Premier Jorge De Castillo zou betrokken zijn, met zelfs mogelijke linken naar de President. Via allerlei kronkelingen op hoog politiek niveau, steekpenningen en duistere akkoorden zou het Deens Petrouleumbedrijf Discover de ontginning van een paar olievelden in Peru toegewezen hebben gekregen. De “Petro-audios” hadden hun effect: nog dezelfde avond vóór middernacht legden de President, de Eerste Minister en de Minister van Energie en Mijnen vanuit het Presidentiëel Paleis een officiële verklaring af. President García zei onder andere dat de bevolking er zeker van mocht zijn dat die “ratten” in de regering op een efficiënte manier zou uitgeroeid worden. Zo efficiënt dan ook weer niet… Eén van de belangrijkste betrokkenen en getuigen, ex congresist en Aprist Romulo León verdween de dag erna spoorloos, met 100.000 USD op zak die hij nog snel van zijn rekening had laten halen. De politie en het gerecht zijn bijna twee weken later nog steeds naar hem op zoek.

In ieder geval, Peru heeft een nieuwe Eerste Minister. Yehude Simons heeft de uitdaging aanvaard. Yehude is leider van de humanistische partij in Perú, zat 8 jaar in de gevangenis op beschuldiging van terrorisme (jaren ’80-‘90) en werd vrijgesproken tijdens de overgangsregering van Paniagua. Hij nam in de tijd deel aan de beweging van la “Izquierda Unida” maar de jaren in de gevangenis matigden zijn ideologische positie die hij nu eerder als centrum-links bepaalt: de zogenaamde “derde weg” (vóór de vrije markt maar met een sterk sociaal programma). Hij was tot veertien dagen geleden Regionaal President van het Departement Lambayeque, functie waarin hij was herverkozen voor een 2º regeringsperiode. Als Regionaal President was hij zeer geliefd en populair in brede kringen. Tot nu toe hebben alleen de Fujimoristen negatief gereageerd op zijn aanstelling als Premier.

In de “Petro-audios” wordt ook verwezen naar de (ex)Minister van Gezondheid die vorige week reeds zijn onslag aanboodt. Hij wordt sinds gisteren vervangen door Oscar Ugarte. Ook geen onbekende. Hij was Vice-Minister van Gezondheid onder de regering van Toledo.
Ik wens de vernieuwde regeringsploeg succes en al het beste toe! Hopelijk gaan ze echt aan politiek ten dienste van het volk doen en niet aan “vriendjespolitiek” en persoonlijk verrijking. Dit land heeft zo nood aan een bekwame, geëngageerde en ethisch verantwoorde regering! Temeer in deze woelige tijden van globale crisis en onzekerheid.